Alledaagse uitsluiting tekent het leven van jonge moslims. Voor velen van hen is discriminatie geen ver-van-hun-bed-show, maar een terugkerende realiteit. Het zit niet altijd in grote, schokkende incidenten, maar juist in de kleine, alledaagse momenten: een argwanende blik in de supermarkt, een opmerking over hun achternaam bij een sollicitatie, of de hardnekkige vraag: “Waar kom je ‘echt’ vandaan?”.
Deze ogenschijnlijk kleine signalen vormen een constante stroom van uitsluiting die diepe sporen kan trekken. Zo blijkt bijvoorbeeld uit het recente onderzoek van het Kennisplatform Inclusief Samenleven, dat jonge moslims een van de meest gediscrimineerde groepen zijn.
Op school en op straat begint het al. Jonge meisjes die een hoofddoek dragen, worden vaak geconfronteerd met vooroordelen. Ze worden niet gezien als individu, maar als symbool. “Word je niet onderdrukt?” of “Mag je wel zwemmen?” zijn vragen die getuigen van een gebrek aan kennis en een overvloed aan stereotypen. En het etnisch profileren, bevestigt het gevoel dat ze niet volledig meetellen, dat ze altijd verdacht zijn.
De impact hiervan is groot. Het leidt tot een gevoel van er niet bij horen, van “anders” zijn in het land waar ze zijn geboren en getogen. Psychologen wijzen op de stress en het welzijnsverlies dat constante micro-agressies veroorzaken. Sommige jongeren gaan zich anders gedragen om maar niet op te vallen, anderen trekken zich juist terug in hun eigen bubbel uit zelfbescherming. Weer anderen voelen de frustratie en boosheid oplopen, wat kan leiden tot een verwijdering van de maatschappij waar ze juist zo graag deel van willen uitmaken.
Het zijn niet alleen individuen die hen anders behandelen. Ook in algoritmes van sollicitatiesites, in representatie op televisie, of in wetgeving die specifiek gericht lijkt op islamitische uitingen, voelen jonge moslims een structurele uitsluiting. Het constant moeten uitleggen en verdedigen wie je bent, is vermoeiend.
De wens van deze jongeren is simpel: gezien worden zoals ze zijn. Niet als “de moslim”, maar als de student, de voetballer, de arts in opleiding, de buurjongen. Iemand met dromen en talenten, die toevallig ook een geloof heeft. Het doorbreken van deze dagelijkse uitsluiting begint met bewustwording en het aangaan van het echte gesprek, voorbij de vooroordelen.
UCE
Patrick van der Voort
Maart 2026

